Visuele ondersteuning bij Wie zet de leefbaarheid in wijken werkelijk onder druk: wij of zij?

In veel gemeenten staat leefbaarheid onder druk. Wijken veranderen. Bewoners maken zich zorgen over overlast, veiligheid, druk op voorzieningen en de draagkracht van buurten. Tegelijkertijd staan gemeentelijke budgetten onder druk en wordt gezocht naar manieren om kosten te beperken.

Dat is begrijpelijk. Maar juist op het moment dat leefbaarheid kwetsbaar wordt, moeten we oppassen dat we niet bezuinigen op precies die inzet die problemen voorkomt.

Want als we minder investeren in preventie, begeleiding, bestaanszekerheid en het voorkomen van dakloosheid, creëren we uiteindelijk zelf de problemen waar we later veel meer geld, capaciteit en maatschappelijke energie aan kwijt zijn.

Misschien denk ik te simpel, maar ik begrijp dat niet.

Bezuinigen op korte termijn lijkt misschien verstandig, maar is op de langere termijn juist duurder en schadelijker.

Een wij-zij maatschappij

We leven in een tijd waarin maatschappelijke tegenstellingen steeds scherper worden aangezet. Het publieke debat is harder geworden. Problemen worden sneller vertaald naar schuldvragen, zonder altijd te reflecteren op de effecten van beleid, politieke keuzes en publieke uitingen.

Mensen worden sneller ingedeeld in groepen en tegenover elkaar gezet: mensen die hier geboren zijn tegenover mensen die hier nieuw zijn, mensen die al jaren wachten op een woning tegenover mensen die acuut een woning nodig hebben, belastingbetalers tegenover hulpvragers en “gewone” inwoners tegenover “kwetsbare” doelgroepen.

Die tegenstellingen wordt gevoed door politieke frames, schaarste en een systeem dat mensen tegen elkaar lijkt uit te spelen.

Want wanneer er sprake is van schaarste, ontstaat sneller de vraag wie er “recht” heeft op steun, een woning of bescherming. En wanneer politiek daarop inspeelt, ontstaat het risico dat inwoners elkaar niet langer herkennen of erkennen als mensen in verschillende omstandigheden, maar als concurrenten om dezelfde schaarse middelen.

Dat vind ik levensgevaarlijk.

Want dakloosheid, armoede, woningnood en leefbaarheid zijn geen losse problemen van afzonderlijke groepen. Ze zijn symptomen van een samenleving waarin bestaanszekerheid voor steeds meer mensen onder druk staat.

Stop met spreken over doelgroepen

Ik merk dat wanneer we spreken over dakloosheid, er bijna automatisch wordt gesproken over het frame “doelgroepen”. Telkens raakt mij dat en elke keer kan ik niet anders dan het bespreekbaar te maken:

"Het zijn gewoon mensen."

Spreken over ervaar ik vaak als een manier om afstand te nemen van een ongemakkelijke werkelijkheid. Alsof het niet gaat over onze eigen inwoners, maar over aparte categorieën mensen die buiten de samenleving worden geplaatst.

Mensen die we al snel zien als tweederangsburgers. Mensen die iets vragen van een wijk. Mensen die vooral als risico worden gezien.

Maar mensen die dakloos raken of dakloos dreigen te worden, zijn in de eerste plaats gewoon inwoners. Het betreft geen abstracte doelgroep, maar mensen die veel dichterbij staan dan we soms willen zien.

Het kan je vader, moeder, zus, zoon of dochter zijn. Een collega of de moeder van een kind uit de klas van jouw kind.

Mensen die werken, zorgen, liefhebben, fouten maken en opnieuw proberen.

Soms loopt het leven vast. Door een scheiding. Schulden. Verlies van werk. Psychische druk. Een conflict thuis. Een inkomensgat. Of simpelweg omdat de woningmarkt geen ruimte laat.

Dan hebben mensen juist geen label nodig, maar een steuntje in de rug. Een woning. Rust. Perspectief. En soms tijdelijke ondersteuning om de draad weer op te pakken.

Wie steeds spreekt over “de doelgroep”, loopt het risico mensen kleiner te maken dan hun situatie.

Dakloosheid is geen identiteit. Het is een situatie. Een situatie die we kunnen voorkomen, verkorten en beëindigen.

Dakloosheid voorkomen is leefbaarheid versterken

Er bestaat soms een hardnekkig beeld dat mensen die dakloos zijn of dakloos dreigen te worden automatisch een risico vormen voor de leefbaarheid van een wijk. Dat beeld moeten we kantelen. En met Wonen Eerst doen we positieve ervaringen op die perspectieven daadwerkelijk kunnen kantelen.

Natuurlijk vraagt sommige problematiek om intensieve begeleiding. Natuurlijk moeten we oog houden voor draagkracht in wijken. En natuurlijk mogen zorgen van bewoners serieus genomen worden.

Maar het is onjuist om te doen alsof het voorkomen van dakloosheid ten koste gaat van leefbaarheid. Vaak is het tegenovergestelde waar.

Mensen die direct worden geholpen, zijn vaak blij met de ondersteuning die ze krijgen en willen het beste van hun leven maken.

Mensen bij wie dakloosheid wordt voorkomen, kunnen vaak blijven werken, hun kinderen naar school brengen, contact houden met hun netwerk, afspraken nakomen, ondersteuning ontvangen en hun leven weer op orde brengen. Zij blijven onderdeel van de samenleving in plaats van eruit te vallen.

Dat is niet slecht voor leefbaarheid.

Dat ís leefbaarheid.

Een wijk wordt niet sterker wanneer mensen verdwijnen in opvang, crisiszorg of tijdelijke noodoplossingen. Een wijk wordt sterker wanneer mensen kunnen blijven meedoen.

Bezuinigen verplaatst de rekening

Bezuinigen op preventie voelt soms logisch. Minder begeleiding. Minder maatwerk. Minder ruimte om vroegtijdig te handelen. Minder inzet op bestaanszekerheid. Minder mogelijkheden om dakloosheid te voorkomen.

Maar de rekening verdwijnt niet. Die verschuift en neemt toe.

Wat we niet investeren aan de voorkant, betalen we later vaak terug via maatschappelijke opvang, crisiszorg, schuldhulpverlening, jeugdzorg, politie-inzet, handhaving, gezondheidsproblemen en langdurige ondersteuning.

Niet-handelen heeft óók kosten.

En die kosten zijn niet alleen financieel. Ze zijn ook menselijk. Een gezin dat dakloos raakt. Een jongere die uit beeld verdwijnt en later zelf in het systeem van dakloosheid belandt. Een ouder die zijn kinderen minder kan zien. Een inwoner die eerst nog zelfstandig functioneerde, maar door het ontbreken van huisvesting steeds meer ondersteuning nodig krijgt.

Dan hebben we het probleem niet opgelost. Dan hebben we het groter laten worden.

Sterker nog: soms bevestigen we daarna ons eigen beeld. We wachten tot problemen escaleren, zien vervolgens complexe problematiek ontstaan en zeggen dan: “Zie je wel, deze groep is zwaar.”

Maar een deel van die zwaarte is mede ontstaan doordat we te laat hebben gehandeld.

Preventie, preventie en preventie

Als we leefbaarheid serieus nemen, moeten we niet alleen reageren op overlast, maar vooral voorkomen dat situaties ontsporen.

Dat vraagt een andere manier van kijken en doen.

Niet pas handelen wanneer iemand al in de opvang zit. Niet pas ingrijpen wanneer schulden onbeheersbaar zijn. Niet pas ondersteuning organiseren wanneer iemand op meerdere leefgebieden is vastgelopen.

Maar eerder doen wat nodig is.

Een woning behouden. Een dreigende huisuitzetting voorkomen. Een eerste verhuurnota oplossen. Een inkomensgat dichten. Een briefadres regelen. Een jongere niet laten verdwalen tussen loketten. Een gezin snel perspectief bieden. Gemeenten, corporaties en ondersteunende partijen samen verantwoordelijk maken voor de oplossing.

Dat is geen zachte aanpak.

Dat is een verstandige aanpak.

Want juist door eerder te handelen, voorkom je zwaardere zorg, grotere schulden, meer stress, meer overlast en hogere maatschappelijke kosten.

Wonen is geen beloning, maar een basis

In veel systemen zit nog steeds de gedachte dat mensen eerst stabiel moeten zijn voordat zij kunnen wonen. Maar in de praktijk zien we vaak het omgekeerde: mensen worden juist stabieler doordat zij kunnen wonen.

Wonen is geen beloning na herstel. Wonen is vaak de voorwaarde, ook voor herstel.

Zonder woning wordt bijna ieder probleem groter. Met een woning ontstaat rust, overzicht en ruimte om te werken aan inkomen, gezondheid, relaties, opvoeding en participatie.

Dat betekent niet dat iedereen hetzelfde nodig heeft. De één heeft genoeg aan een tijdelijke steun in de rug. De ander heeft intensievere begeleiding nodig. Maar in beide gevallen begint de oplossing bij het erkennen van de basis: mensen hebben een thuis nodig om hun leven op te bouwen.

De echte keuze

De discussie over leefbaarheid wordt te vaak gevoerd alsof er een tegenstelling is tussen wijken beschermen en mensen helpen die dakloos dreigen te worden.

Die tegenstelling klopt niet.

Juist door dakloosheid te voorkomen, beschermen we wijken. Juist door inwoners tijdig te ondersteunen, voorkomen we dat problemen groter worden. Juist door te investeren aan de voorkant, besparen we aan de achterkant.

De echte keuze is dus niet tussen leefbaarheid en investeren in mensen.

De echte keuze is tussen problemen voorkomen of toestaan dat leefbaarheid verder verslechtert.

Als we blijven bezuinigen op preventie, bestaanszekerheid en wonen, creëren we de problemen die we vervolgens met zwaardere maatregelen proberen te beheersen.

Maar als we durven investeren in het voorkomen van dakloosheid, investeren we in mensen, in wijken en in een samenleving waarin inwoners niet pas hulp krijgen als het te laat is.

Leefbaarheid begint niet bij uitsluiten, labelen of bezuinigen.

Leefbaarheid begint bij voorkomen.