
Wat de praktijk van Housing First en Wonen Eerst ons al jaren probeert te vertellen
Over waterbedangst, badkuipvisie en waarom Housing First en Wonen Eerst geen luxe zijn, maar noodzaak.
In vrijwel iedere discussie over dakloosheid komen dezelfde vragen terug. Ontstaat er geen aanzuigende werking wanneer mensen sneller aan een woning worden geholpen? Is het eerlijk dat sommige huishoudens voorrang krijgen terwijl anderen jarenlang wachten? En moeten mensen niet eerst laten zien dat zij klaar zijn voor zelfstandig wonen voordat zij een woning krijgen?
Het zijn begrijpelijke vragen. Ze raken aan de realiteit van woningnood, schaarste en de spanning tussen individuele nood en collectieve rechtvaardigheid. Gemeenten, woningcorporaties en zorgorganisaties staan dagelijks voor moeilijke keuzes. Iedere beschikbare woning kan maar één keer worden toegewezen. Iedere uitzondering lijkt ten koste te gaan van iemand anders.
Juist daarom verdienen deze vragen een serieus antwoord.
Tegelijkertijd valt op dat veel van deze discussies zich concentreren op de risico's van handelen. Veel minder vaak hebben we het over de risico's van niet handelen. Wat gebeurt er wanneer we wachten? Wat gebeurt er wanneer we pas ingrijpen nadat problemen zijn geëscaleerd? En welke maatschappelijke kosten accepteren we eigenlijk door vast te houden aan een systeem dat vooral reageert nadat de schade al is ontstaan?
Dat zijn vragen die steeds urgenter worden nu het aantal dak- en thuisloze mensen groeit, de druk op de opvang toeneemt en steeds meer gemeenten zoeken naar manieren om dakloosheid niet alleen te beheersen, maar daadwerkelijk terug te dringen.
De logica van het waterbed
Achter veel discussies over dakloosheid schuilt een manier van denken die zelden expliciet wordt benoemd, maar wel grote invloed heeft op beleid en besluitvorming.
Ik noem dat het waterbeddenken.
Het waterbedprincipe gaat ervan uit dat problemen zich verplaatsen zodra ergens ruimte ontstaat. Als je sneller huisvest, melden meer mensen zich. Als je voorwaarden versoepelt, ontstaat misbruik. Als één gemeente ruimte biedt, verschuiven problemen vanuit andere gemeenten. Als je ergens druk wegneemt, komt die elders weer omhoog.
Het is een logica die past bij schaarste. Wanneer middelen beperkt zijn, wordt iedere oplossing al snel gezien als een potentiële bron van nieuwe problemen.
Maar precies daar schuilt ook het risico.
Want waterbeddenken richt de aandacht op de mogelijke negatieve gevolgen van handelen, terwijl de gevolgen van niet handelen vaak buiten beeld blijven.
Mensen verdwijnen niet doordat wij wachten. Problemen lossen zich niet op doordat wij streng selecteren. Dakloosheid neemt niet af omdat wij eerst willen vaststellen of iemand voldoende heeft bewezen een woning waard te zijn.
Wat wel gebeurt, is dat problemen zich opstapelen.
Een woonprobleem blijft zelden een woonprobleem. Het wordt een schuldenprobleem, een gezondheidsprobleem, een gezinsprobleem of een zorgvraag. Wat begint als onzekerheid over huisvesting kan uitgroeien tot langdurige dakloosheid, maatschappelijke uitval en hoge publieke kosten.
De vraag is daarom niet alleen welke risico's ontstaan wanneer we handelen.
De vraag is ook welke risico's ontstaan wanneer we blijven wachten.
Wanneer wordt iemand urgent?
In de praktijk zie ik dat veel systemen pas echt in beweging komen wanneer problemen ernstig genoeg zijn geworden.
- Wanneer iemand dakloos is geworden.
- Wanneer er verslaving is ontstaan.
- Wanneer psychische/psychiatrische problemen zijn verergerd.
- Wanneer opvang noodzakelijk wordt.
- Wanneer schulden drastisch zijn opgelopen.
- Wanneer kinderen in beeld komen.
- Wanneer maatschappelijke overlast zichtbaar wordt.
Met andere woorden: vaak komt het systeem pas in actie wanneer de situatie voldoende complex is geworden.
Vervolgens spreken we over multiproblematiek, complexe casuïstiek of zorgmijding.
Misschien moeten we onszelf een ongemakkelijke vraag stellen.
Is de mens complex geworden, of hebben wij de situatie complex laten worden?
Dakloosheid ontstaat immers zelden door één oorzaak. Meestal gaat het om een opeenstapeling van factoren: een relatiebreuk, een laag inkomen, een tijdelijk huurcontract die afloopt, een gebrek aan betaalbare huisvesting, schulden, een beperkt netwerk of regelgeving die onvoldoende aansluit op de werkelijkheid van mensen.
Persoonlijke kwetsbaarheid en systeemfactoren versterken elkaar.
Juist daarom is het te eenvoudig om dakloosheid uitsluitend te benaderen als een individueel probleem. Achter veel individuele verhalen gaat een systeem schuil dat pas reageert wanneer problemen zichtbaar, ernstig en kostbaar zijn geworden.
De verborgen kosten van wachten
Dat heeft gevolgen.
Niet alleen voor de betrokken inwoner, maar ook voor de samenleving als geheel.
Wie zijn woning verliest, verliest vaak veel meer dan alleen een dak boven het hoofd. Mensen verliezen rust, structuur, sociale relaties, perspectief en soms ook hun gezondheid. Kinderen groeien op in onzekerheid. Werk gaat verloren. Schulden lopen op. Hulpvragen worden zwaarder.
Daarmee stijgen ook de maatschappelijke kosten.
Opvang, crisiszorg, jeugdzorg, schuldhulpverlening, veiligheidsvraagstukken en langdurige begeleiding zijn vaak aanzienlijk duurder dan vroegtijdig ingrijpen.
Toch blijven veel systemen ingericht op het herstellen van schade nadat deze is ontstaan.
Mijn kritiek richt zich daarbij niet op individuele professionals. Integendeel. Dagelijks zie ik medewerkers van gemeenten, woningcorporaties, wijkteams, zorgorganisaties en opvangvoorzieningen die zich met enorme betrokkenheid inzetten voor inwoners.
Mijn kritiek richt zich op de inrichting van het systeem.
Een systeem dat opvang organiseert, maar preventie nog onvoldoende vanzelfsprekend maakt.
Een systeem dat vraagt of iemand woonvaardig genoeg is, terwijl wonen juist vaak de voorwaarde is om stabiliteit op te bouwen.
Een systeem dat mensen langs loketten, voorwaarden, indicaties en wachttijden stuurt, terwijl de centrale vraag eigenlijk veel eenvoudiger zou kunnen zijn:
Wat is er nodig om te voorkomen dat deze persoon of dit gezin verder afglijdt?
Het badkuipprincipe
Daarom gebruik ik liever een andere metafoor dan het waterbed.
De metafoor van de badkuip.
Wanneer een badkuip overstroomt, kun je blijven dweilen. Je kunt extra emmers neerzetten. Je kunt meer mensen inzetten, je kunt er en bad naast zetten, je kunt blijven dweilen en je kunt discussiëren over wie verantwoordelijk is voor de schade.
Maar zolang de kraan openstaat en de afvoer verstopt zit, blijft de badkuip overlopen.
Voor mij beschrijft deze metafoor treffend de huidige aanpak van dakloosheid.
Jarenlang hebben we vooral geïnvesteerd in het dweilen van de vloer. Opvang, crisisinterventie en tijdelijke voorzieningen zijn noodzakelijk en zullen dat ook blijven. Niemand mag op straat staan wanneer er geen directe oplossing beschikbaar is.
Maar opvang alleen lost dakloosheid niet op.
Zolang mensen blijven instromen in dakloosheid én anderen langdurig dakloos blijven, blijft de badkuip overlopen.
Daarom zijn zowel Housing First als Wonen Eerst nodig.
Housing First haalt de stop uit de afvoer. Het beëindigt langdurige dakloosheid door mensen direct toegang te geven tot huisvesting, gecombineerd met passende vaak intensieve ondersteuning. Niet als beloning na herstel, maar als basis voor herstel.
Wonen Eerst draait de kraan dicht. Het voorkomt dat mensen verder afglijden naar opvang, langdurige dakloosheid en steeds complexere problematiek. Het grijpt in voordat de schade volledig is ontstaan.
Housing First richt zich op het oplossen van bestaande dakloosheid met complexe problematiek als gevolg.
Wonen Eerst richt zich op het voorkomen van nieuwe dakloosheid en daarbij het voorkomen van complexe problematiek.
Samen verschuiven zij de aandacht van het managen, naar het actief oplossen en voorkomen ervan.
Rechtvaardigheid in tijden van schaarste
Tegenstanders wijzen regelmatig op het gevoel van onrechtvaardigheid. Waarom krijgt iemand die dakloos dreigt te worden voorrang terwijl anderen al jaren wachten?
Dat is een terechte vraag.
Maar rechtvaardigheid gaat niet alleen over volgorde. Rechtvaardigheid gaat ook over de vraag hoeveel schade we bereid zijn te laten ontstaan voordat we handelen. Is het rechtvaardig om kinderen eerst in onzekerheid te laten opgroeien? Is het rechtvaardig om mensen eerst hun woning, gezondheid, werk of netwerk te laten verliezen? Is het rechtvaardig om problemen te laten escaleren totdat de maatschappelijke kosten vele malen hoger zijn?
Juist in een tijd van schaarste moeten woningen worden ingezet waar zij menselijk en maatschappelijk het grootste verschil maken.
Dat vraagt om een bredere kijk op rechtvaardigheid die verder gaat dan alleen de positie op een wachtlijst.
Van reageren naar voorkomen
De kern van de discussie is uiteindelijk eenvoudig.
Willen we dakloosheid blijven beheren, of willen we haar voorkomen?
De praktijk van Housing First laat zien dat langdurige dakloosheid niet hoeft voort te duren wanneer wonen het vertrekpunt wordt. De praktijk van Wonen Eerst laat zien dat veel dakloosheid voorkomen of aanzienlijk verkort kan worden wanneer eerder wordt gehandeld.
Dat vraagt om een fundamentele verschuiving.
Van opvangvraagstuk naar huisvestingsvraagstuk.
Van reageren naar voorkomen.
Van waterbeddenken naar badkuipvisie.
Niet omdat daarmee alle problemen verdwijnen.
Niet omdat schaarste ophoudt te bestaan.
Maar omdat de praktijk steeds opnieuw laat zien dat wachten vaak de duurste keuze is.
De grootste risico's ontstaan niet wanneer we te vroeg handelen.
De grootste risico's ontstaan wanneer we te laat zijn.
